DE MIDDELEEUWEN OLDAMBT EN DE CLEYNE HORTUS

Liederen, gedichten en verhalen

hoopvolle strofische gedichten

Hadewijch was schrijfster en mystica uit de Lage Landen van omstreeks 1240. Zij schreef strofische gedichten die hoogstwaarschijnlijk ook werden gezongen. Hadewijch geeft veel aandacht aan de natuur, de seizoenen en vanzelfsprekend de liefde of minne. Er wordt door Hadewijch een duidelijke verbinding gelegd met god, waarbij de gehele natuur wordt ervaren als een onderdeel van het goddelijke plan. Wij vinden de strofische gedichten van Hadewijch bijzonder, inspirerend en hoopvol.

Wij geven enkele voorbeelden van deze strofische gedichten:












Ay, al es nu die winter cout

Al is nu de winter koud,
zijn de dagen kort en de nachten lang,
al spoedig komt een krachtige zomer,
die ons gezwind uit
diens beteugeling zal brengen. Dat daagt
bij de aanvang van dit nieuwe jaar:
de hazelaar geeft ons voortreffelijke bloemen.
Dat is een duidelijk teken.
-Ach, duizend keer heil, heil-
aan jullie allen die in het nieuwe seizoen
-al zou ik dat zeggen, was het niet genoeg-
door de minne blij willen zijn.


Tsaermeer sal in corten tide

Weldra zal snel
het sap van de wortels opwaarts gaan:
Daarbij zal overal,
beemd en kruid zijn loof ontvangen.
Daarom hebben wij de zekere verwachting:
de vogels worden blij.
Hij die in minne gaat strijden,
zal zeker overwinnen,
omdat hij het niet vermijdt.















Zoals ons de stralende roos
met de dauw uit de doorn oprijst,
zo zal degene die mint door alle boosheden heen
met steun de stormen doorstaan.
Hij zal vrij, geheel zonder twijfel
al het leed groeiend te boven komen.
De harteloze heeft daarvan
zijn deel snel doorleeft,
terwijl de minnelijke vrij is.


Nu sal die tijt ende de voghele droeven

Hoe het verder ook verloopt met de seizoenen,
hij die met zijn werk in waarheid gaat,
voor hem staan altijd gereed
bloei, blijdschap, zomer en dag.
Hij vernieuwt zich voortdurend en is vol strijdlust.
De winter slaat hem niet meer te neder.


















Bi den nuwen jare

Bij aanvang van het nieuwe jaar
hoopt men op een nieuw getijde,
die nieuwe bloemen zal brengen
en nieuwe blijdschap in overvloed. Wie omwille de minne gevaren doorstaat,
mag wel vreugdevol leven:
want de minne zal hem niet ontgaan.
Want minne beschikt rijkelijk
ze is vernieuwd en uiterst bescheiden
en zacht in haar gedrag,
en verzoet met vergoedingen
al het nieuwe leed.


Bovenstaande tekst vindt haar basis in het boek tijdgeest in de middeleeuwen, met de ondertitel over (stille) communicatie, kleding en de ideale mens. Dat is het zevende boek uit de twaalfdelige serie vore ene maeltijt met smakelijcheit. Deze serie wordt door ons in 2024/2025 uitgegeven. Zie voor verdere informatie het hoofdstuk BOEKEN van deze website.


AFBEELDINGEN

1. Een musicerend gezelschap, deel van een kalenderblad uit de Getijden van Spinola, manuscript van omstreeks 1515, graafschap Vlaanderen.
Getty Museum

2. Rede en Minnaar, Roman de la Rose, manuscript van omstreeks 1495, graafschap Vlaanderen.
British Library

3. Vrouwe Natuur in een besloten tuin, Roman de la Rose, manuscript van omstreeks 1495, graafschap Vlaanderen.
British Library